Amsterdam, 14 september 2009 - Niet vooraf betalen om content te mogen zien, maar achteraf interessante, leuke of waardevolle informatie belonen met een financiële tip; dat is het idee achter TipiT.to (www.tipit.to). Het Dutch Creative Industry Fund (DCIF) ziet een gezonde toekomst voor de website en heeft besloten in TipiT.to te investeren om de site zo de gelegenheid te geven zich breder in de markt te positioneren en verder door te groeien.
TipiT.to werd gelanceerd door Alper Çugun en Reinier Zwitsersloot. Alper Çugun: “Betalen om toegang te krijgen tot content, daar willen sitebezoekers niet echt aan. De gedachte achter TipiT.to is dat bezoekers naderhand aantrekkelijke webcontent belonen en een fooi achterlaten voor de site. Als morele en financiële support.” Met TipiT.to kunnen websites een fooienpot (tipjar) opnemen op hun site. Bezoekers kunnen heel eenvoudig hun waardering laten blijken door te klikken op de tipjar en een zelfgekozen bedrag te tippen. TipiT.to sluist alle betalingen door naar de site-eigenaar. Alleen de kosten van het betalingsverkeer worden ingehouden.
Link met netwerksites
Inmiddels heeft de site op eigen kracht een flinke bekendheid bereikt, maar met de investering van DCIF krijgt TipiT.to de kans om het concept verder te ontwikkelen. Çugun is erg blij met de support van DCIF. “Dat biedt ons de mogelijkheden om onze ideeën met de site te realiseren. We zijn nu bezig de betalingsmogelijkheden uit te breiden en zoeken aansluiting bij sociale netwerken als Hyves en Facebook. Uiteindelijk moet de TipiT-homepage een soort startpagina worden met verwijzingen naar aantrekkelijke sites met een tipjar.”
Het DCIF vindt TipiT.to een interessant initiatief. Guido van Nispen, fondsmanager van het DCIF: “Het is een nieuwe manier om websites en een financiële vergoeding met elkaar te verbinden. Het heeft ook een sterke sociale component en de link die gelegd wordt met netwerksites is dan ook veelbelovend. De ondernemers achter TipiT passen volledig in het profiel van DCIF investeringen met hun pioniersgeest en koppeling van technische en commerciële ambitie.”